Huishoudelijk reglement

Afdeling 1
ALGEMENE BEPALINGEN
 
ARTIKEL 1
MIDDELEN TER BEREIKING VAN HET DOEL
 
Verplichtingen van het bestuur
1. Het bestuur draagt zorg dat ter beoefening van de schietsport:
a. de aspirant-leden de nodige basisinstructie ontvangen;
b. de leden in de gelegenheid worden gesteld zich verder te bekwamen.
2. In ieder geval:
a. mogen aspirant-leden slechts schieten onder de onmiddellijke leiding van een instructeur of schietbegeleider;
b. dienen aspirant-leden minimaal 18 jaar oud te zijn.
3. Van het in lid 1 en lid 2 bepaalde kan het bestuur ontheffing verlenen, voor zover de betrokkene reeds over de vereiste basiskennis en vaardigheden beschikt.
4. Het bestuur kan de uitvoering van het gestelde onder lid 1 en lid 2 delegeren aan de op grond van artikel 3 ingestelde commissies, onverminderd haar verantwoordelijkheid voor de gang van zaken.
5. Het bestuur stelt de leden voor de aanvraag van een “Verlof tot voorhanden hebben van schietwapens in de categorie III” formulieren ter beschikking, die dienen te worden voorzien van een advies van drie verenigingsverlofhouders.
6. Het bestuur ziet erop toe dat kleding, wapens en/of uitrustingsstukken die het aanzien dan wel de veiligheid van de schietsport niet bevorderen, binnen de vereniging geweerd worden. Dit ter beoordeling van het bestuur.
 
Verplichtingen van de leden
7. De leden dienen alle verplichtingen die het lidmaatschap van de vereniging met zich mee brengt stipt na te komen en zich te onthouden van gedragingen, uitspraken en handelingen die de vereniging materiële dan wel immateriële schade kunnen toebrengen, zulks ter beoordeling van het bestuur.
8. De verplichtingen van de leden bestaan uit:
a. Het nakomen van de financiële verplichtingen;
b. Het nakomen van de wettelijke voorschriften op het gebied van het gebruik, bezit en omgaan schietwapens en munitie;
c. Het actief deelnemen aan de schietsport teneinde het wettelijk voorgeschreven aantal schietbeurten te maken;
d. Het uitvoeren van één of meerdere van genoemde taken in artikel 1.5 van het huishoudelijk reglement, indien zij daartoe aangewezen worden;
e. Het strikt in acht nemen van de veiligheidsregels en aanwijzingen van daartoe aangestelde functionarissen als de baancommandant, wedstrijdleider, wapencommissieleden en bestuur zowel tijdens wedstrijden als oefeningen.
9. Het niet nakomen van het gestelde onder de punten 7 en 8 leidt tot het nemen van disciplinaire maatregelen, of ontzetting uit het lidmaatschap van de vereniging, conform het gestelde in artikel 8.
10. Het bestuur kan het gestelde onder artikel 1 sub 8b m.b.t. het omgaan met wapens en munitie, sub 8c, sub 8d en sub 8e delegeren aan de op grond van artikel 3 ingestelde commissies c.q. verenigingsverlofhouders.
11. De leden, die een positief advies van het bestuur wensen te verkrijgen ten aanzien van de aanvraag van een “VERLOF TOT VOORHANDEN HEBBEN VAN VUURWAPENS IN DE CATEGORIE III”, dienen te voldoen aan de eisen gesteld in de, bij de Wet Wapens en Munitie behorende, Circulaire Wapens en Munitie, bijzonder deel Schietsport, Hoofdstuk 6.
 
ARTIKEL 2
“SPORTSCHIETBAAN UITHUIZEN”
 
1. De vereniging huurt de banen van Sportschietbaan Uithuizen.
2. Sportschietbaan Uithuizen wordt beheerd door de baaneigenaar.
3. Tussen de schietsportvereniging en de beheerder van de schietaccommodatie dienen geen belangenverstrengelingen te zijn.
 
ARTIKEL 3
COMMISSIES
 
1. De algemene ledenvergadering kan besluiten tot het instellen van commissies betreffende de onderscheiden wapengroepen en de overige verenigingsactiviteiten.
2. De leden van bedoelde commissies worden benoemd door de algemene ledenvergadering en, voor wat betreft de wapencommissies, op voordracht van dié leden, welke regelmatig deelnemen aan de oefeningen van de betrokken wapengroep.
3. Een zodanige commissie benoemt uit haar midden tenminste een voorzitter en een secretaris-penningmeester, welke benoemingen terstond schriftelijk aan het bestuur worden medegedeeld.
4. De commissieleden treden ingaande de jaarvergadering af op overeenkomstige wijze als in artikel 15 van dit reglement en zijn terstond herkiesbaar.
5. Elke commissie als hier bedoeld brengt jaarlijks op een door het bestuur te bepalen tijdstip schriftelijk verslag uit aan het bestuur betreffende gang van zaken en de resultaten van de betreffende wapengroep of verenigingsactiviteit.
6. Het bestuur ziet toe op de werkzaamheden van de vorenbedoelde commissies.
7. Het bestuur benoemt uit zijn midden per commissie, één contactpersoon, die naar vermogen de activiteiten en bijeenkomsten van de hem toegewezen commissie bijwoont.
8. De commissies dienen een commissiereglement op te stellen.
In dit commissiereglement dat goedgekeurd dient te worden door het bestuur, dienen opgenomen te zijn:
a. de taken waartoe het lid aangewezen kan worden
b. de taakomschrijving
c. de procedure waarmee de leden in kennis gesteld worden van het datum en tijdstip van hun toegewezen taken en de wijze waarop zij bij verhindering dien te handelen.
9. Het commissiereglement dient opgenomen te worden in het presentieregister van de onderhavige discipline en als bijlage bij het huishoudelijk reglement.
10. Alle leden worden geacht het commissiereglement van de door hun geschoten disciplines te kennen.
11. Commissiereglementen kunnen tweemaal per jaar worden bijgesteld. Acceptatie van een bijgesteld commissiereglement vindt plaats op de eerstvolgende Algemene Leden Vergadering. Bezwaren tegen het commissiereglement kunnen alleen van te voren schriftelijk worden ingebracht door leden die deelnemen aan de desbetreffende discipline waarop het commissiereglement van toepassing is.
 
ARTIKEL 3A
1. De wapencommissies zijn verantwoordelijk dat er in hun schietdisciplines(s) voldaan wordt aan alle veiligheidsvoorschriften en indien er geschoten wordt er altijd een baancommandant aanwezig is.
2. De wapencommissies kunnen aan leden, die deelnemen aan de onder hun verantwoordelijkheid fungerende schietdisciplines, aanwijzen om in het commissiereglement bepaalde taken uit te voeren, met uitzondering van bestuursleden en leden van andere wapencommissies.
 
Afdeling 2
 
DE LEDEN, ASPIRANTLEDEN, INTRODUCÉS EN BEGUNSTIGERS
 
ARTIKEL 4
TOELATINGSPROCEDURE
 
1. De toelating als aspirantlid wordt verzocht door indiening van door de vereniging beschikbaar gesteld en door de aanvrager ingevuld en ondertekend inschrijfformulieren.
Bij de indiening legt de aanvrager een tweetal goed gelijke pasfoto’s van hem/haar over, benevens een zgn. “Verklaring omtrent het gedrag”, te verstrekken door de burgemeester van de plaats van inwoning.
2. Van het verzoek om toelating wordt zo spoedig mogelijk op de in de vereniging gebruikelijke wijze of wijzen kennis gegeven aan de leden.
3. De leden kunnen tegen de toelating bezwaar maken zolang het bestuur niet heeft beslist. Het bestaan van bezwaren dient schriftelijk aan het bestuur bekend te worden gemaakt, de toelichting kan mondeling geschieden. Op niet op deze wijze kenbaar gemaakte bezwaren wordt geen acht geslagen.
4. Iemand kan als aspirant-lid tot de vereniging worden toegelaten indien:
a. er voldaan is aan het introductie- en het trainingstraject sinds de aanvraag van het aspirant-lidmaatschap;
b. het bestuur op deugdelijke gronden de verwachting heeft dat het aspirant-lid over de nodige kennis en vaardigheid beschikt die voor een veilig gebruik van schietwapens vereist zijn; en voorts
c. er ten aanzien van het aspirant-lid niet van zodanige eigenschappen, gedragingen of omstandigheden aan het bestuur is gebleken dat gebruik van wapens voor een ander doel dan de beoefening van de schietsport kan worden geducht;
d. alsmede het bestuur de verwachting heeft dat het aspirant-lid zich als een goed verenigingslid zal gedragen en zijn plaats te midden van de overige leden zal weten te vinden.
5. Het bestuur beslist omtrent de toelating op advies van een de verenigingsverlofhouders.
6. Afwijzing kan geschieden zonder opgave van redenen.
7. Tegen afwijzing staat geen beroep open.
 
ARTIKEL 5
INBEZITSTELLING VAN STATUTEN EN REGLEMENTEN
 
De leden worden in het bezit gesteld van de statuten en reglementen, alsmede van de wijzigingsbladen.
 
ARTIKEL 6
SCHADE AAN ZAKEN DER VERENIGING
 
Elk lid is aansprakelijk voor vermissing of beschadiging van door hem/haar gebezigde zaken in gebruik bij de vereniging.
 
Schade aan zaken der leden
De vereniging stelt zich niet aansprakelijk voor vermissing of beschadiging van zaken in eigendom of bezit van de leden, introducés of gasten.
 
ARTIKEL 7
DISCIPLINAIRE MAATREGELEN
 
1. De disciplinaire maatregelen die door het bestuur kunnen worden getroffen zijn:
a. het geven van een berisping;
b. de betrokkenen het gebruik van de verenigingswapens, schietbanen en andere verenigingsfaciliteiten ontzeggen;
c. het opleggen van een boete;
d. het uitsluiten van betrokkene(n) van verenigingsactiviteiten en vergaderingen;
e. algehele schorsing en ontzegging van de toegang tot het gebouw;
f. ontzetting uit het lidmaatschap.
2. De disciplinaire maatregelen worden door het bestuur genomen na de eventueel betreffende commissies c.q. verenigingsverlofhouders gehoord te hebben. Tegen de genomen disciplinaire maatregelen is schriftelijk beroep mogelijk conform het gestelde in artikel 16 en 17 van dit het huishoudelijk reglement.
3. Tegen de disciplinaire maatregelen genomen op grond van het handelen in strijd met de ledenverplichtingen zoals gesteld in artikel 1 sub 8a en 8b is GEEN beroep mogelijk.
 
ARTIKEL 8
LEDENADMINISTRATIE
 
Door de zorg van het bestuur, en in het bijzonder van de secretaris, wordt een ledenadministratie aangelegd en bijgehouden, die per lid tenminste de navolgende gegevens bevat:
a. zijn/haar naam, voornamen, geboortedatum en -plaats, beroep, burgerlijke staat, volledig adres, telefoonnummer en pasfoto;
b. de datum waarop het lidmaatschap is ingegaan en, na de beëindiging van zijn/haar lidmaatschap, de datum van beëindiging en de reden daarvan;
c. zijn/haar wapenverlof, onder vermelding van zijn/haar wapengroep;
d. het nummer en verstrekkingsdatum van zijn/haar schietpaspoort;
e. eventuele tegen de betrokkene getroffen disciplinaire maatregelen, zowel van de KNSA als van de vereniging;
f. indien de betrokkene tot lid van verdienste of erelid is benoemd, de vermelding daarvan, met aanduiding van de datum van de algemene ledenvergadering waarop dat gebeurd is;
g. eventuele functies welke betrokkene bij de vereniging of in het verband van de KNSA vervuld heeft, met vermelding van de data waarop hij/zij die aangevangen of beëindigd heeft;
h. andere gegevens waarvan het bestuur de vermelding van blijvend belang acht, voor zover betrekking hebbend op het doel van de vereniging.
 
ARTIKEL 9
INTRODUCÉS
 
1. Het bestuur is te allen tijde bevoegd tot introductie van niet-leden.
2. De leden zijn bevoegd, onder hun verantwoordelijkheid, niet leden te introduceren, mits zij van een bestuurslid toestemming daarvoor hebben verkregen.
3. Een introducé kan slechts ten hoogste zesmaal worden geïntroduceerd.
4. Introducés kunnen slechts aan de schietoefeningen deelnemen onder toezicht van een door het bestuur aangewezen verenigingsverlofhouder en eerst nadat hij/zij de presentielijst heeft getekend.
5. Gastschutters in bezit van een verlof kunnen, na toestemming van het bestuur, tegen betaling gebruik maken van de schietbanen.
 
ARTIKEL 10
BEGUNSTIGERS/DONATEURS
 
1. De begunstigers ontvangen de jaarverslagen en, op hun verzoek, de jaarrekeningen en/of de statuten en reglementen.
2. Zij worden tot de manifestaties van de vereniging uitgenodigd.
 
 
Afdeling 3
 
JAARVERGADERING
 
ARTIKEL 11
VOORSTELLEN VAN DE LEDEN
 
1. De leden kunnen voorstellen ter behandeling aan de jaarvergadering voorleggen.
2. Zodanige voorstellen moeten schriftelijk door tenminste tien gewone en/of juniorleden der vereniging ondertekend, uiterlijk zeven dagen vóór de vergadering bij het bestuur worden ingediend.
3. Het bestuur voegt de voorstellen die voldoen aan de in lid 2 gestelde voorwaarden, aan de agenda toe.
4. Indien een voorstel niet aan de in lid 2 gestelde voorwaarden voldoet, is het bestuur wel bevoegd maar geenszins gehouden het aan de agenda toe te voegen.
5. Het in de vorige leden bepaalde is niet van toepassing op voorstellen voor welker aanneming een gekwalificeerde meerderheid van de algemene ledenvergadering vereist is.
 
Agenda
 
6. Op elke ledenvergadering wordt in ieder geval aan de orde gesteld:
a. De notulen van de vorige vergadering.
b. De vervulling van openstaande of in de vergadering openvallende vacatures in het bestuur of in de commissies.
c. Voorstellen die het bestuur op de agenda plaatst.
d. De eventuele voorstellen van de leden.
e. De rondvraag.
7. En voorts zover het de jaarvergadering betreft:
a. Het jaarverslag van het bestuur over het afgelopen verenigingsjaar.
b. De balans en de staat van baten en lasten betreffende het afgelopen verenigingsjaar.
c. Het verslag van de kascommissie en decharge van de penningmeester.
d. Benoeming nieuwe kascommissie van twee leden, waarvan hoogstens één lid door onmiddellijke herbenoeming.
e. De begroting voor het komende jaar.
 
Commissieverslagen
 
8. De jaarlijkse verslagen van alle commissies, met uitzondering van de kascommissie, worden ter goedkeuring voorgelegd aan de algemene ledenvergadering in hetzelfde verenigingsjaar waarin zij worden uitgebracht aan en aanvaard zijn door het bestuur.
 
Kascommissie
 
9. De kascommissie vangt haar werkzaamheden zo spoedig mogelijk na haar benoeming aan.
10. Vereist het onderzoek van de jaarrekening bijzondere boekhoudkundige kennis waarover de commissie zelf niet beschikt, dan kan zij zich door een bevoegd deskundige doen bijstaan.
11. Het bestuur is verplicht ten behoeve van het onderzoek der commissie aan deze en aan de deskundige, zo deze is aangewezen, inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven, hun desgevraagd de kas en de waarden te vertonen en hun alle door hen gewenste inlichtingen te verschaffen.
 
ARTIKEL 12
PRESIDIUM EN SECRETARIAAT
 
1. Als de voorzitter en secretaris van een door het bestuur bijeengeroepen algemene ledenvergadering treden op de voorzitter en de secretaris van het bestuur of hun respectievelijke plaatsvervangers.
2. Een door de leden der vereniging overeenkomstig het bepaalde bij artikel 13 lid 1b der statuten, bijeengeroepen algemene ledenvergadering kiest zelf haar voorzitter en secretaris.
3. Indien, in de gevallen van de voorafgaande leden, iemand tijdens een zodanige vergadering de hoedanigheid verliest op grond waarvan hij voorzitter en secretaris van de algemene ledenvergadering is, blijft hij niettemin die functie uitoefenen tot na afloop van de vergadering, tenzij hij anders verkiest of de vergadering anders beslist.
 
Afdeling 4
HET BESTUUR
 
ARTIKEL 13
TAAK VAN DE VOORZITTER, DE SECRETARIS EN DE PENNINGMEESTER DER VERENIGING
 
1. De voorzitter der vereniging zit het bestuur der vereniging voor, de secretaris draagt zorg voor de verenigingscorrespondentie en de verslaggeving van de vergaderingen en de penningmeester voert de financiële administratie van de vereniging en beheert de gelden der vereniging.
2. De voorzitter vertegenwoordigt de vereniging bovendien naar buiten toe, voor zover niet geregeld volgens artikel 10 van de statuten.
 
ARTIKEL 14
ROOSTER VAN AFTREDEN
 
1. De volgende leden van het bestuur treden ingaande de jaarvergadering van 2004 periodiek af volgens onderstaand rooster:
* eerste jaar: voorzitter
* tweede jaar: secretaris
* derde jaar: penningmeester
2. De overige bestuursleden treden twee jaar na hun benoeming ingaande de jaarvergadering af.
3. Alle bestuursleden zijn bij aftreden terstond herkiesbaar.
 
ARTIKEL 15
VOOR BEROEP VATBARE BESLUITEN VAN HET BESTUUR
 
1. Alvorens het bestuur een besluit neemt waartegen ingevolge de statuten of een reglement beroep op de algemene ledenvergadering open staat, stelt het de betrokkene schriftelijk, onder opgave van redenen, van zijn voornemen in kennis en geeft het hem de gelegenheid naar aanleiding daarvan te worden gehoord, waarbij tussen de oproeping en het tijdstip waarop het lid wordt gehoord een termijn van tenminste veertien dagen moet liggen.
2. De betrokkene mag zich doen bijstaan door ten hoogste twee andere gewone leden, die in de gelegenheid worden gesteld de zittingen bij te wonen, vragen te stellen en de nodige opmerkingen te maken en schrifturen in te dienen.
3. De behandeling geschiedt met zodanige voortvarendheid als met inachtneming van het in de leden 1 en 2 bepaalde mogelijk is.
4. Het bestuur besluit uiterlijk zes weken nadat de zaak voor beslissing gereed ligt.
5. Het besluit van het bestuur is met redenen omkleed; een afschrift daarvan wordt onverwijld aan het betrokken lid toegezonden.
6. Indien het bestuur het in lid 3 of het in lid 5 bepaalde niet in acht neemt, kan het betrokken lid zich beklagen bij de algemene ledenvergadering. Indien deze het beklag gegrond acht, kan zij, hetzij aan het bestuur een termijn stellen of zodanige opdracht ter afwikkeling van de zaak geven als zij dienstig acht, hetzij de zaak aan zich trekken.
7. Betreft het een besluit tot ontzetting, dan is het betrokken lid na de in het eerste lid bedoeld kennisgeving, gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep geschorst, tenzij het bestuur een schorsing niet nodig acht dan wel de schorsing in De loop van de procedure of gedurende de beroepstermijn, zolang geen beroep is ingesteld, opheft.
 
Van een afwijzing van een door betrokkene gedaan verzoek om opheffing staat hem binnen één maand beroep open op de algemene ledenvergadering. Met een afwijzing staat gelijk het niet geven van een beslissing binnen veertien dagen nadat het verzoek geacht moet worden ter kennis van het bestuur te zijn gekomen.
 
ARTIKEL 16
BEROEPSPROCEDURE
 
1. Het beroep wordt ingesteld door een tot de algemene ledenvergadering te richten, door het lid dat in beroep komt ondertekend beroepsschrift, dat:
a. het bestreden besluit vermeldt, met opgave van de datum waarop het gegeven is;
b. de gronden bevat waarop het beroep wordt ingesteld, en
c. het verzoek inhoudt het bestreden besluit te vernietigen.
2. Het in artikel 16 lid 1 omtrent het horen van het betrokken lid gestelde, zomede het bepaalde in de leden 2 en 6 van dit artikel, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de algemene ledenvergadering ook het bestuur of een vertegenwoordiger daarvan hoort.
3. Op grond van het niet in acht nemen van het in lid 2 bepaalde wordt geen niet-ontvankelijk verklaring uitgesproken, dan nadat de algemene ledenvergadering het betrokken lid heeft uitgenodigd het verzuim te herstellen en daaraan door het lid gevolg is gegeven.
4. Indien als gevolg van een omstandigheid die redelijkerwijs niet voor zijn rekening behoort te komen een lid verhinderd is geweest een beroep binnen de daarvoor in de statuten of dit huishoudelijk reglement bepaalde termijn in te stellen, wordt hij niettemin door de algemene ledenvergadering in dat beroep ontvangen wanneer deze van oordeel is dat hij/zij het heeft ingesteld zodra hem/haar dat redelijkerwijs mogelijk was.
5. Hangende het hoger beroep ingesteld tegen een besluit tot ontzetting kan, als het betrokken lid geschorst is, de algemene ledenvergadering te allen tijde de schorsing opheffen. Wordt een besluit tot ontzetting door de algemene ledenvergadering vernietigd, en is het lid nog geschorst, dan vervalt de schorsing van rechtswege en vindt voor zover mogelijk herstel in de vorige toestand plaats.
6. Ter behandeling van een beroep wordt door het bestuur binnen vier weken nadat het is ingesteld, een bijzondere algemene ledenvergadering bijeen geroepen.
7. De agenda van een bijzonder algemene ledenvergadering als bedoeld in lid 6, vermeldt slechts:
a. opening door de voorzitter van de vereniging;
b. de verkiezing van een voorzitter en secretaris van de bijzondere algemene ledenvergadering uit de gewone leden, die geen deel van het bestuur uitmaken;
c. de behandeling van het beroep;
d. de beslissing op het beroep, die binnen één week schriftelijk door de onder b. bedoelde secretaris aan het betrokken lid wordt medegedeeld.
 
Afdeling 5
GEDRAGSREGELS/TAKEN
 
ARTIKEL 17
GEDRAGSREGELS SCHUTTERS
 
1. Het is verboden wapens in de kantine te ‘showen’.
2. Het is verboden in alle ruimten verboden om been- of heupholsters te dragen, met uitzondering van de parcoursbaan.
3. Wapens mogen nimmer onbeheerd (ook niet verpakt) worden achtergelaten.
 
Wachtruimte en schietbanen door de vereniging in gebruik.
 
1. Een ieder die de wapenkamer en/of de schietbanen betreedt is verplicht zich op verzoek van het bestuur te legitimeren.
2. Een ieder, lid of introducé, is verplicht zich in te schrijven op de presentielijst (evt. digitaal), welke in de kantine aanwezig is. De inschrijving dient te geschieden door vermelding van naam en lidnummer. De gastschutter vermeldt tevens zijn verlofnummer en handtekening.
3. Bij besluit van het bestuur kan de waarborgsom, genoemd in lid 7, worden gewijzigd, met dien verstande dat deze niet lager kan zijn dan het in lid 3 genoemde bedrag.
 
ARTIKEL 18
VERENIGINGSINSTRUCTEURS
 
1. Het bestuur kan een of meer instructeurs aanstellen om:
a. de leden de vereiste basiskennis en -vaardigheden bij te brengen;
b. de leden verder te bekwamen;
c. de deelnemers aan wedstrijden daarop deugdelijk voor te bereiden.
2. De instructeurs dienen bij voorkeur in het bezit te zijn van een diploma een erkende opleiding, maar in ieder geval van een verenigingsverlof.
3. De instructeur dient één persoon tegelijk te begeleiden.
 
ARTIKEL 19
BAANCOMMANDANT
 
1. Elk lid in het bezit van een verlof kan optreden als baancommandant op de 25 meter-, 50 meter- of parcoursbaan.
2. Het bestuur geeft bij reglement instructies voor de functie van baancommandant.
3. De baancommandant is verplicht de functie uit te oefenen behoudens wettige verhindering, zulks ter beoordeling van het bestuur.
4. Van de taak als baancommandant worden vrijgesteld de leden van het bestuur.
 
ARTIKEL 20
VERENIGINGSVERLOFHOUDER
 
De verenigingsverlofhouder is een lid in het bezit van een eigen wapenverlof en met toestemming van het bestuur een verlof voor de verenigingswapens krijgt.
Hij heeft beschikking over de verenigingswapens voor:
a. begeleiding van leden op de schietbanen;
b. onderhoud en reparatie;
c. transport naar eigen woning, andere schietlocatie, wapenhandel of politie;
d. bij- en afschrijving verlof.
Het bestuur geeft bij reglement instructies voor de plichten van de verenigingsverlofhouder.
 
ARTIKEL 21
WAPENBEHEERDER, in de zin van de Wet Wapens en Munitie
 
1. Het bestuur stelt meerdere leden der vereniging als wapenbeheerder aan voor het beheer van de verenigingswapens en als toezichthouders bij de schietoefeningen van die leden die niet beschikken over een “verlof tot voorhanden hebben van schietwapens in de categorie III”.
2. De aangestelde beheerders zijn verplicht hun functie gedurende de geldigheidstermijn van het z.g. Verenigingsverlof hun functie uit te oefenen.
3. De wapencommissies zijn verantwoordelijk voor de goede staat van de aan hun zorgen toevertrouwde verenigingswapens en dienen als toezichthouders te fungeren bij de schietoefeningen van die leden die niet beschikken over een “verlof tot voorhanden hebben van schietwapens in de categorie III”.
 
ARTIKEL 22
SCHIETBEURTENREGISTER
 
1. Aan ieder lid wordt een door het bestuur gewaarmerkt schietbeurtenregister verstrekt, overeenkomstig het gestelde in de Wet Wapens en Munitie.
2. In dit register wordt elke schietbeurt aangetekend met vermelding van de geschoten discipline door middel van een paraaf van de baancommandant en een stempel van een verenigingsverlofhouder.
3. Per dag wordt één schietbeurt geregistreerd, ondanks het feit dat een lid per dag aan meerdere disciplines kan deelnemen.
4. Per dag kunnen meerdere schietbeurten worden geregistreerd, als het lid meerdere disciplines, die niet op de verenigingsbanen kunnen worden verschoten, schiet op de vanwege het Ministerie van Defensie ter beschikking gestelde militaire banen.
 
Afdeling 6
 
BEHEER VERMOGEN EN FINANCIËLE MIDDELEN
 
ARTIKEL 23
1. De door de leden verschuldigde gelden dienen door hen aanstonds na hun toelating, of uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het volgende contributiejaar, aan de vereniging te worden voldaan.
2. De voldoening geschiedt, onder vermelding van het lidmaatschapsnummer, door overmaking aan de penningmeester der vereniging.
3. De betaling vindt plaats door overmaking per bank of giro, dient, voor risico van het lid, de overmaking zo tijdig plaats te vinden dat de kennisgeving van storting uiterlijk op de vervaldag in het bezit van de penningmeester is.
4. De penningmeester beschikt bij achterstalligheid over de gelden, door het verkrijgen van een betalingsveroordeling van het betrokken lid door het kantongerecht of rechtbank. Na welke verkrijging de penningmeester een deurwaarder een kwitantie voor het bedrag, vermeerderd met de inningskosten, ter incasso zal overhandigen.
Op niet-tijdige betaling zullen nader door het bestuur te bepalen sancties volgen.
5. Opzegging van lidmaatschap voor het volgende contributiejaar, dient schriftelijk voor 1 december door het secretariaat te worden ontvangen.
6. Bij beëindiging – om welke reden dan ook – van het lidmaatschap in de loop van het boekjaar (januari t/m december) vindt ingevolge artikel 4 van de statuten geen vermindering of teruggave van het verschuldigde plaats.
 
ARTIKEL 24
BETALINGEN DOOR HET BESTUUR
Het bestuur dient verantwoording af te leggen aan de algemene ledenvergadering voor uitgaven waarmede of andere handelingen waardoor de jaarrekening de goedgekeurde begroting met méér dan 10% zal overschrijden.